De of het bootsmaat?

Het juiste lidwoord is:

de bootsmaat

  • Meervoud: de bootsmaten
  • Verkleinwoord: het bootsmaatje
Betekenis 1. (scheepvaart) bemanningslid van een schip met de laagste rang 2. onderofficier belast met de zorg van het tuig van de grote mast

Zo gebruik je bootsmaat

Met lidwoordde bootsmaat
Dit of dezedeze bootsmaat
Dat of diedie bootsmaat
Ons of onzeonze bootsmaat
Jouwjouw bootsmaat
Elk of elkeelke bootsmaat
Welk of welkewelke bootsmaat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bootsmaat, de grote bootsmaat
Meervoudde bootsmaten, deze bootsmaten

Voorbeeldzinnen met bootsmaat

  • Ik maakte de overtocht als bootsmaatje.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).