De of het boorder?

Het juiste lidwoord is:

de boorder

  • Meervoud: de boorders
  • Verkleinwoord: het boordertje
Betekenis 1. iemand die boort 2. (dierkunde) benaming voor insecten, zoals vlinder en kevers, waarvan de larven gangen graven in het weefsel van hun waardplant

Zo gebruik je boorder

Met lidwoordde boorder
Dit of dezedeze boorder
Dat of diedie boorder
Ons of onzeonze boorder
Jouwjouw boorder
Elk of elkeelke boorder
Welk of welkewelke boorder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boorder, de grote boorder
Meervoudde boorders, deze boorders

Voorbeeldzinnen met boorder

  • De boorders hebben op dit moment inmiddels 136 tunnelringen gebouwd en zijn 209 meter gevorderd.
  • Boorders, zoowel de Scirpophaga als de Chilo komen zeer veelvuldig voor en men ziet soms geheele wagenvrachten [suiker]riet, waarvan iedere stok sporen van boorderaantasting vertoont

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).