De of het boomleeuwerik?

Het juiste lidwoord is:

de boomleeuwerik

  • Meervoud: de boomleeuweriken
  • Verkleinwoord: het boomleeuwerikje
Betekenis (zangvogels) een vogelsoort die inheems is in Nederland en België uit de familie Alaudidae, Lullula arborea

Zo gebruik je boomleeuwerik

Met lidwoordde boomleeuwerik
Dit of dezedeze boomleeuwerik
Dat of diedie boomleeuwerik
Ons of onzeonze boomleeuwerik
Jouwjouw boomleeuwerik
Elk of elkeelke boomleeuwerik
Welk of welkewelke boomleeuwerik?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boomleeuwerik, de grote boomleeuwerik
Meervoudde boomleeuweriken, deze boomleeuweriken

Voorbeeldzinnen met boomleeuwerik

  • Zag je die boomleeuwerik overvliegen?

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).