De of het bonkaart?

Het juiste lidwoord is:

de bonkaart

  • Meervoud: de bonkaarten
Betekenis kaart met genummerde vakjes die als tegoed- of distributiebonnen dienstdoen

Zo gebruik je bonkaart

Met lidwoordde bonkaart
Dit of dezedeze bonkaart
Dat of diedie bonkaart
Ons of onzeonze bonkaart
Jouwjouw bonkaart
Elk of elkeelke bonkaart
Welk of welkewelke bonkaart?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bonkaart, de grote bonkaart
Meervoudde bonkaarten, deze bonkaarten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).