De of het bondsminister?

Het juiste lidwoord is:

de bondsminister

  • Meervoud: de bondsministers
Betekenis (politiek) hoofd van een ministerie van een bondsrepubliek

Zo gebruik je bondsminister

Met lidwoordde bondsminister
Dit of dezedeze bondsminister
Dat of diedie bondsminister
Ons of onzeonze bondsminister
Jouwjouw bondsminister
Elk of elkeelke bondsminister
Welk of welkewelke bondsminister?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bondsminister, de grote bondsminister
Meervoudde bondsministers, deze bondsministers

Voorbeeldzinnen met bondsminister

  • Bondsminister De Maizière van Binnenlandse Zaken benadrukte op een persconferentie dat het nog niet vaststaat dat er een verband met internationaal moslimterrorisme is.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).