De of het bommengooier?

Het juiste lidwoord is:

de bommengooier

  • Meervoud: de bommengooiers
  • Verkleinwoord: het bommengooiertje
Betekenis persoon die bommen gooit

Zo gebruik je bommengooier

Met lidwoordde bommengooier
Dit of dezedeze bommengooier
Dat of diedie bommengooier
Ons of onzeonze bommengooier
Jouwjouw bommengooier
Elk of elkeelke bommengooier
Welk of welkewelke bommengooier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bommengooier, de grote bommengooier
Meervoudde bommengooiers, deze bommengooiers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).