De of het bofvirus?

Het juiste lidwoord is:

het bofvirus

  • Meervoud: de bofvirussen
Betekenis (medisch) paramyxovirus virus dat de bof (ontsteking van de grote speekselklier onder het oor) veroorzaakt bij de mens

Zo gebruik je bofvirus

Met lidwoordhet bofvirus
Dit of dezedit bofvirus
Dat of diedat bofvirus
Ons of onzeons bofvirus
Jouwjouw bofvirus
Elk of elkeelk bofvirus
Welk of welkewelk bofvirus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bofvirus, het grote bofvirus
Meervoudde bofvirussen, deze bofvirussen

Voorbeeldzinnen met bofvirus

  • In drie Utrechtse studentenhuizen hebben bewoners elkaar besmet met het bofvirus. Bij vijf mensen heeft de GGD de ziekte al aangetoond met een test; bij drie is er een vermoeden van de ziekte.
  • Studenten lopen tijdens de introductieweken en in studentenhuizen het risico te worden besmet met het bofvirus.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).