De of het boerenvolk?

Het juiste lidwoord is:

het boerenvolk

  • Verkleinwoord: het boerenvolkje
Betekenis deel van de bevolking dat als landbouwer werkt

Zo gebruik je boerenvolk

Met lidwoordhet boerenvolk
Dit of dezedit boerenvolk
Dat of diedat boerenvolk
Ons of onzeons boerenvolk
Jouwjouw boerenvolk
Elk of elkeelk boerenvolk
Welk of welkewelk boerenvolk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot boerenvolk, het grote boerenvolk

Voorbeeldzinnen met boerenvolk

  • In de pas jullie... Ach! Dat boerenvolk! riep een officier, terwijl hij de ongelijk lopende boeren die de draagbaar deden schokken bij hun schouder staande hield.
  • Bennie Jolink kwam zonder zijn eigen koningin, maar een groot aantal vrouwelijke fans liet niets verhullend weten best wel de 'koningin voor één avond' van het boerenvolk te willen zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).