De of het boerenpaard?

Het juiste lidwoord is:

het boerenpaard

  • Meervoud: de boerenpaarden
Betekenis 1. (landbouw) paard dat men gebruikt als werkpaard in de landbouw 2. (landbouw) grofgebouwd paard

Zo gebruik je boerenpaard

Met lidwoordhet boerenpaard
Dit of dezedit boerenpaard
Dat of diedat boerenpaard
Ons of onzeons boerenpaard
Jouwjouw boerenpaard
Elk of elkeelk boerenpaard
Welk of welkewelk boerenpaard?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot boerenpaard, het grote boerenpaard
Meervoudde boerenpaarden, deze boerenpaarden

Voorbeeldzinnen met boerenpaard

  • De prijzen van wapens, goud, van paarden en wagens gingen steeds verder omhoog, terwijl de waarde van papiergeld en van stadsgoederen steeds lager werd …
  • Het overleefde de geleidelijke overgang van het boerenpaard naar het hobbypaard.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).