De of het boerenleider?

Het juiste lidwoord is:

de boerenleider

  • Meervoud: de boerenleiders
Betekenis bestuurder van een boerenorganisatie

Zo gebruik je boerenleider

Met lidwoordde boerenleider
Dit of dezedeze boerenleider
Dat of diedie boerenleider
Ons of onzeonze boerenleider
Jouwjouw boerenleider
Elk of elkeelke boerenleider
Welk of welkewelke boerenleider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boerenleider, de grote boerenleider
Meervoudde boerenleiders, deze boerenleiders

Voorbeeldzinnen met boerenleider

  • In 1517 trok de Friese boerenleider Grutte Pier uit Kimswerd met een oorlogsvloot ten strijde tegen Medemblik.
  • Friese boerenleider krijgt dreigbrief gericht aan hele sector

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).