De of het boerenkers?

Het juiste lidwoord is:

de boerenkers

  • Meervoud: de boerenkersen
  • Verkleinwoord: het boerenkersje
Betekenis (bloemplanten) een geslacht Thlaspi van eenjarige, tweejarige en overblijvende meest kruidachtige planten uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

Zo gebruik je boerenkers

Met lidwoordde boerenkers
Dit of dezedeze boerenkers
Dat of diedie boerenkers
Ons of onzeonze boerenkers
Jouwjouw boerenkers
Elk of elkeelke boerenkers
Welk of welkewelke boerenkers?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boerenkers, de grote boerenkers
Meervoudde boerenkersen, deze boerenkersen

Woorden die eindigen op boerenkers

bergboerenkers | zinkboerenkers | bosboerenkers

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met boerenkers

boerenkersroest

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).