De of het boerenhuis?

Het juiste lidwoord is:

het boerenhuis

  • Meervoud: de boerenhuizen
  • Verkleinwoord: het boerenhuisje
Betekenis (bouwkunde, landbouw) (kleine) woning voor een agrariër

Zo gebruik je boerenhuis

Met lidwoordhet boerenhuis
Dit of dezedit boerenhuis
Dat of diedat boerenhuis
Ons of onzeons boerenhuis
Jouwjouw boerenhuis
Elk of elkeelk boerenhuis
Welk of welkewelk boerenhuis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot boerenhuis, het grote boerenhuis
Meervoudde boerenhuizen, deze boerenhuizen

Voorbeeldzinnen met boerenhuis

  • Van Lienden heeft het historische boerenhuis op zijn terrein al opgegeven.
  • Het is een levenskracht, die zich uit in concentratie en de aandacht voor het eeuwige leven …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).