De of het boerengehucht?

Het juiste lidwoord is:

het boerengehucht

  • Meervoud: de boerengehuchten
  • Verkleinwoord: het boerengehuchtje
Betekenis kleine agrarische gemeenschap

Zo gebruik je boerengehucht

Met lidwoordhet boerengehucht
Dit of dezedit boerengehucht
Dat of diedat boerengehucht
Ons of onzeons boerengehucht
Jouwjouw boerengehucht
Elk of elkeelk boerengehucht
Welk of welkewelk boerengehucht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot boerengehucht, het grote boerengehucht
Meervoudde boerengehuchten, deze boerengehuchten

Voorbeeldzinnen met boerengehucht

  • De moord was in het noorden van het land, in een klein boerengehucht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).