De of het boerenbevolking?

Het juiste lidwoord is:

de boerenbevolking

  • Meervoud: de boerenbevolkingen
  • Verkleinwoord: het boerenbevolkinkje
Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis deel van de bevolking dat als landbouwer werkt

Zo gebruik je boerenbevolking

Met lidwoordde boerenbevolking
Dit of dezedeze boerenbevolking
Dat of diedie boerenbevolking
Ons of onzeonze boerenbevolking
Jouwjouw boerenbevolking
Elk of elkeelke boerenbevolking
Welk of welkewelke boerenbevolking?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boerenbevolking, de grote boerenbevolking
Meervoudde boerenbevolkingen, deze boerenbevolkingen

Voorbeeldzinnen met boerenbevolking

  • Ik heb zoveel te paard gezeten, écrit-il à lÉmpereur, dat ik door het zadel ontvellingen heb gekregen, die het mij, gevoegd bij mijn eerdere kwetsuren …
  • Ze wilden meer aandacht voor de boerenbevolking en een eerlijker verdeling van de landbouwgrond in Colombia, die vaak in handen was van grootgrondbezitters.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).