De of het boerenarbeider?

Het juiste lidwoord is:

de boerenarbeider

  • Meervoud: de boerenarbeiders
Betekenis knecht in dienst van een boer; lontrekkende landbouwer

Zo gebruik je boerenarbeider

Met lidwoordde boerenarbeider
Dit of dezedeze boerenarbeider
Dat of diedie boerenarbeider
Ons of onzeonze boerenarbeider
Jouwjouw boerenarbeider
Elk of elkeelke boerenarbeider
Welk of welkewelke boerenarbeider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boerenarbeider, de grote boerenarbeider
Meervoudde boerenarbeiders, deze boerenarbeiders

Voorbeeldzinnen met boerenarbeider

  • Ik was nog niet ver toen ik een boerenarbeider tegenkwam met een vracht hooi op zijn wagen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).