De of het boeleke?

Het juiste lidwoord is:

het boeleke

  • Meervoud: de boelekes
Betekenis 1. iemand die net geboren is 2. (figuurlijk) iets dat pas ontstaan is

Zo gebruik je boeleke

Met lidwoordhet boeleke
Dit of dezedit boeleke
Dat of diedat boeleke
Ons of onzeons boeleke
Jouwjouw boeleke
Elk of elkeelk boeleke
Welk of welkewelk boeleke?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot boeleke, het grote boeleke
Meervoudde boelekes, deze boelekes

Voorbeeldzinnen met boeleke

  • ‘De moeilijkste bevallingen leveren vaak de schoonste boelekes op’, zei hij in zijn toespraak.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).