De of het blusgast?

Het juiste lidwoord is:

de blusgast

  • Meervoud: de blusgasten
Betekenis (beroep) brandweerman

Zo gebruik je blusgast

Met lidwoordde blusgast
Dit of dezedeze blusgast
Dat of diedie blusgast
Ons of onzeonze blusgast
Jouwjouw blusgast
Elk of elkeelke blusgast
Welk of welkewelke blusgast?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote blusgast, de grote blusgast
Meervoudde blusgasten, deze blusgasten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).