De of het blootloper?

Het juiste lidwoord is:

de blootloper

  • Meervoud: de blootlopers
  • Verkleinwoord: het blootlopertje
Betekenis iemand die zich zonder kleren in de openbare ruimte begeeft

Zo gebruik je blootloper

Met lidwoordde blootloper
Dit of dezedeze blootloper
Dat of diedie blootloper
Ons of onzeonze blootloper
Jouwjouw blootloper
Elk of elkeelke blootloper
Welk of welkewelke blootloper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote blootloper, de grote blootloper
Meervoudde blootlopers, deze blootlopers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).