De of het bloemzaad?

Het juiste lidwoord is:

het bloemzaad

  • Meervoud: de bloemzaden
  • Verkleinwoord: het bloemzaadje
Betekenis een bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant met bloemen kan groeien

Zo gebruik je bloemzaad

Met lidwoordhet bloemzaad
Dit of dezedit bloemzaad
Dat of diedat bloemzaad
Ons of onzeons bloemzaad
Jouwjouw bloemzaad
Elk of elkeelk bloemzaad
Welk of welkewelk bloemzaad?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bloemzaad, het grote bloemzaad
Meervoudde bloemzaden, deze bloemzaden

Voorbeeldzinnen met bloemzaad

  • Vooral de landbouw heeft last van damherten. Ze vernielen bloembollen en bloemzaad. Ook zijn er steeds vaker aanrijdingen met damherten.
  • „Dit jaar hebben we ook heel veel bloemzaad verkocht”, zegt Renee Roeleveld. „We hebben meerder mengsels samengesteld die speciaal voor Twentse gronden geschikt zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).