De of het blessureleed?

Het juiste lidwoord is:

het blessureleed

Betekenis narigheid die ontstaat door sportletsels

Zo gebruik je blessureleed

Met lidwoordhet blessureleed
Dit of dezedit blessureleed
Dat of diedat blessureleed
Ons of onzeons blessureleed
Jouwjouw blessureleed
Elk of elkeelk blessureleed
Welk of welkewelk blessureleed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot blessureleed, het grote blessureleed

Voorbeeldzinnen met blessureleed

  • Bondscoach Sarina Wiegman heeft Sisca Folkertsma na lang blessureleed weer opgenomen in de selectie voor het EK-kwalificatieduel met Rusland.
  • PSV-aanvaller Donyell Malen maakte in het oefenduel met Vitesse (1-1) zijn rentree na acht maanden blessureleed.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).