De of het blauwzwart?

Het juiste lidwoord is:

het blauwzwart

  • Meervoud: de blauwzwarten
Betekenis shirt van een sportclub met blauwe en zwarte banen

Zo gebruik je blauwzwart

Met lidwoordhet blauwzwart
Dit of dezedit blauwzwart
Dat of diedat blauwzwart
Ons of onzeons blauwzwart
Jouwjouw blauwzwart
Elk of elkeelk blauwzwart
Welk of welkewelk blauwzwart?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot blauwzwart, het grote blauwzwart
Meervoudde blauwzwarten, deze blauwzwarten

Voorbeeldzinnen met blauwzwart

  • Antonio Candreva, die tussen 2016 en 2020 het blauwzwart droeg, scoorde na 23 minuten uit een penalty.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).