De of het blauwoog?

Het juiste lidwoord is:

de blauwoog

  • Meervoud: de blauwogen
Betekenis 1. (anatomie) persoon of dier met blauwe ogen 2. (medisch) gebrek aan de ogen van een paard

Zo gebruik je blauwoog

Met lidwoordde blauwoog
Dit of dezedeze blauwoog
Dat of diedie blauwoog
Ons of onzeonze blauwoog
Jouwjouw blauwoog
Elk of elkeelke blauwoog
Welk of welkewelke blauwoog?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote blauwoog, de grote blauwoog
Meervoudde blauwogen, deze blauwogen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).