De of het bitsigheid?

Het juiste lidwoord is:

de bitsigheid

  • Meervoud: de bitsigheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. de mate waarin men boos en ongeduldig is 2. handeling die getuigt van boze ongeduldigheid

Zo gebruik je bitsigheid

Met lidwoordde bitsigheid
Dit of dezedeze bitsigheid
Dat of diedie bitsigheid
Ons of onzeonze bitsigheid
Jouwjouw bitsigheid
Elk of elkeelke bitsigheid
Welk of welkewelke bitsigheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bitsigheid, de grote bitsigheid
Meervoudde bitsigheden, deze bitsigheden

Voorbeeldzinnen met bitsigheid

  • Voor een moedig ridder als hij, was die onmacht pijnlijk, en soms knarste hij met inwendige bitsigheid de tanden te samen - maar wat kon dit helpen?
  • De staatjuffer werd met bitsigheid toegesproken en alle haar daden met gramschap berispt en beknibbeld …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).