De of het binnentemperatuur?

Het juiste lidwoord is:

de binnentemperatuur

  • Meervoud: de binnentemperaturen
  • Verkleinwoord: het binnentemperatuurtje
Betekenis de temperatuur aan de binnenkant van een gebouw

Zo gebruik je binnentemperatuur

Met lidwoordde binnentemperatuur
Dit of dezedeze binnentemperatuur
Dat of diedie binnentemperatuur
Ons of onzeonze binnentemperatuur
Jouwjouw binnentemperatuur
Elk of elkeelke binnentemperatuur
Welk of welkewelke binnentemperatuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote binnentemperatuur, de grote binnentemperatuur
Meervoudde binnentemperaturen, deze binnentemperaturen

Voorbeeldzinnen met binnentemperatuur

  • Er waren vaders die tweemaal per dag het gras maaiden en de dakgoten en het leisteen van de oprit met een tandenborstel schoonmaakten …
  • Na de jongste berichten zijn er opnieuw vragen gesteld waarom er bij de renovatie van het museum niet beter rekening is gehouden met de beheersing van de binnentemperatuur en de vochtigheidsgraad.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).