De of het binnenstadbewoner?

Het juiste lidwoord is:

de binnenstadbewoner

  • Meervoud: de binnenstadbewoners
Betekenis iemand die woont in het centrum van een stad

Zo gebruik je binnenstadbewoner

Met lidwoordde binnenstadbewoner
Dit of dezedeze binnenstadbewoner
Dat of diedie binnenstadbewoner
Ons of onzeonze binnenstadbewoner
Jouwjouw binnenstadbewoner
Elk of elkeelke binnenstadbewoner
Welk of welkewelke binnenstadbewoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote binnenstadbewoner, de grote binnenstadbewoner
Meervoudde binnenstadbewoners, deze binnenstadbewoners

Voorbeeldzinnen met binnenstadbewoner

  • Nu is het iedere dag feest." Binnenstadbewoner Bert Nap noemt het de 'disneyficering' van de binnenstad.
  • Ook binnenstadbewoner Jasper van Dijk verwelkomt maatregelen om het aantal toeristen te verminderen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).