De of het binnensport?

Het juiste lidwoord is:

de binnensport

  • Meervoud: de binnensporten
Betekenis (sport) een sport die men in een overdekte ruimte uitoefent

Zo gebruik je binnensport

Met lidwoordde binnensport
Dit of dezedeze binnensport
Dat of diedie binnensport
Ons of onzeonze binnensport
Jouwjouw binnensport
Elk of elkeelke binnensport
Welk of welkewelke binnensport?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote binnensport, de grote binnensport
Meervoudde binnensporten, deze binnensporten

Voorbeeldzinnen met binnensport

  • Hij had twee weken geleden goede hoop dat er misschien op korte termijn wat meer mogelijk zou zijn voor de binnensporten.
  • De besmettingscijfers van het coronavirus zijn nog zo slecht dat het demissionaire kabinet dinsdag geen handreiking heeft kunnen doen aan de binnensporten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).