De of het binnendeur?

Het juiste lidwoord is:

de binnendeur

  • Meervoud: de binnendeuren
  • Verkleinwoord: het binnendeurtje
Betekenis 1. (bouwkunde) een afsluiting tussen twee ruimtes in een gebouw 2. (waterbeheer) de deur van een getijdesluis die aan de de kant ligt waar geen eb en vloed heersen

Zo gebruik je binnendeur

Met lidwoordde binnendeur
Dit of dezedeze binnendeur
Dat of diedie binnendeur
Ons of onzeonze binnendeur
Jouwjouw binnendeur
Elk of elkeelke binnendeur
Welk of welkewelke binnendeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote binnendeur, de grote binnendeur
Meervoudde binnendeuren, deze binnendeuren

Voorbeeldzinnen met binnendeur

  • Het sluiten van binnendeuren voor het slapen gaan geeft bijna drie keer zoveel tijd om te vluchten bij brand.
  • Door de luchtdruk van de ontploffing zit er een barst in een binnendeur.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).