De of het bijstandsgezin?

Het juiste lidwoord is:

het bijstandsgezin

  • Meervoud: de bijstandsgezinnen
  • Verkleinwoord: het bijstandsgezinnetje
Betekenis (economie) een gezin dat moet zien rond te komen van een bijstandsuitkering

Zo gebruik je bijstandsgezin

Met lidwoordhet bijstandsgezin
Dit of dezedit bijstandsgezin
Dat of diedat bijstandsgezin
Ons of onzeons bijstandsgezin
Jouwjouw bijstandsgezin
Elk of elkeelk bijstandsgezin
Welk of welkewelk bijstandsgezin?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bijstandsgezin, het grote bijstandsgezin
Meervoudde bijstandsgezinnen, deze bijstandsgezinnen

Voorbeeldzinnen met bijstandsgezin

  • Het aantal kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin is vorig jaar gestegen, maakt het CBS vandaag bekend.
  • Deze kinderen groeien meestal op in een eenoudergezin of in een bijstandsgezin.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).