De of het bijna-ongeluk?

Het juiste lidwoord is:

het bijna-ongeluk

  • Meervoud: de bijna-ongelukken
  • Verkleinwoord: het bijna-ongelukje
Betekenis situatie waarin er net geen ongeluk heeft plaatsgevonden

Zo gebruik je bijna-ongeluk

Met lidwoordhet bijna-ongeluk
Dit of dezedit bijna-ongeluk
Dat of diedat bijna-ongeluk
Ons of onzeons bijna-ongeluk
Jouwjouw bijna-ongeluk
Elk of elkeelk bijna-ongeluk
Welk of welkewelk bijna-ongeluk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bijna-ongeluk, het grote bijna-ongeluk
Meervoudde bijna-ongelukken, deze bijna-ongelukken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).