De of het bijna-akkoord?

Het juiste lidwoord is:

het bijna-akkoord

  • Meervoud: de bijna-akkoorden
  • Verkleinwoord: het bijna-akkoordje
Betekenis een akkoord dat nog net niet is gesloten

Zo gebruik je bijna-akkoord

Met lidwoordhet bijna-akkoord
Dit of dezedit bijna-akkoord
Dat of diedat bijna-akkoord
Ons of onzeons bijna-akkoord
Jouwjouw bijna-akkoord
Elk of elkeelk bijna-akkoord
Welk of welkewelk bijna-akkoord?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bijna-akkoord, het grote bijna-akkoord
Meervoudde bijna-akkoorden, deze bijna-akkoorden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).