De of het biduur?

Het juiste lidwoord is:

het biduur

  • Meervoud: de biduren
  • Verkleinwoord: het biduurtje
Betekenis 1. (religie) het tijdstip dat men gebruikelijk bidt 2. (religie) een periode van een uur dat men bidt

Zo gebruik je biduur

Met lidwoordhet biduur
Dit of dezedit biduur
Dat of diedat biduur
Ons of onzeons biduur
Jouwjouw biduur
Elk of elkeelk biduur
Welk of welkewelk biduur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot biduur, het grote biduur
Meervoudde biduren, deze biduren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).