De of het bezieldheid?

Het juiste lidwoord is:

de bezieldheid

  • Meervoud: de bezieldheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. het bezield zijn 2. (België) bevolking

Zo gebruik je bezieldheid

Met lidwoordde bezieldheid
Dit of dezedeze bezieldheid
Dat of diedie bezieldheid
Ons of onzeonze bezieldheid
Jouwjouw bezieldheid
Elk of elkeelke bezieldheid
Welk of welkewelke bezieldheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bezieldheid, de grote bezieldheid
Meervoudde bezieldheden, deze bezieldheden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).