De of het bevreesdheid?

Het juiste lidwoord is:

de bevreesdheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het bang zijn; het vol vrees zijn

Zo gebruik je bevreesdheid

Met lidwoordde bevreesdheid
Dit of dezedeze bevreesdheid
Dat of diedie bevreesdheid
Ons of onzeonze bevreesdheid
Jouwjouw bevreesdheid
Elk of elkeelke bevreesdheid
Welk of welkewelke bevreesdheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bevreesdheid, de grote bevreesdheid

Voorbeeldzinnen met bevreesdheid

  • Zijn bevreesdheid gold overigens niet de tegenstander, maar zijn eigen fitheid. Ronaldo stond de afgelopen drie weken aan de zijlijn vanwege een hamstringblessure en maakte woensdagavond zijn rentree.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).