De of het bevolkingsdeel?

Het juiste lidwoord is:

het bevolkingsdeel

  • Meervoud: de bevolkingsdelen
Betekenis een deel van een totale bevolking met een bepaalde eigenschap die het onderscheidt van andere bevolkingsdelen

Zo gebruik je bevolkingsdeel

Met lidwoordhet bevolkingsdeel
Dit of dezedit bevolkingsdeel
Dat of diedat bevolkingsdeel
Ons of onzeons bevolkingsdeel
Jouwjouw bevolkingsdeel
Elk of elkeelk bevolkingsdeel
Welk of welkewelk bevolkingsdeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bevolkingsdeel, het grote bevolkingsdeel
Meervoudde bevolkingsdelen, deze bevolkingsdelen

Voorbeeldzinnen met bevolkingsdeel

  • Met de wake wil dominee Gerlach een duidelijk signaal afgeven richting dit bevolkingsdeel: "Voor neonazi's en rechts-extremisten is hier geen plaats.
  • Noord-Ierland kent een lange geschiedenis van vijandigheden tussen het katholieke en het protestantse bevolkingsdeel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).