De of het beuzeltaal?

Het juiste lidwoord is:

de beuzeltaal

  • Verkleinwoord: het beuzeltaaltje
Betekenis (taalkunde) kinderachtige, flauwe leuterpraat

Zo gebruik je beuzeltaal

Met lidwoordde beuzeltaal
Dit of dezedeze beuzeltaal
Dat of diedie beuzeltaal
Ons of onzeonze beuzeltaal
Jouwjouw beuzeltaal
Elk of elkeelke beuzeltaal
Welk of welkewelke beuzeltaal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beuzeltaal, de grote beuzeltaal

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).