De of het bessensaus?

Het juiste lidwoord is:

de bessensaus

  • Meervoud: de bessensausen / bessensauzen
  • Verkleinwoord: het bessensausje
Betekenis (voeding) een zoete stroperige vloeistof gemaakt van (rode)bessen

Zo gebruik je bessensaus

Met lidwoordde bessensaus
Dit of dezedeze bessensaus
Dat of diedie bessensaus
Ons of onzeonze bessensaus
Jouwjouw bessensaus
Elk of elkeelke bessensaus
Welk of welkewelke bessensaus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bessensaus, de grote bessensaus
Meervoudde bessensausen, deze bessensausen

Voorbeeldzinnen met bessensaus

  • Griet bracht de pudding binnen, haar wangen hadden de kleur van de bessensaus die ervan afdroop. De kolos drilde vervaarlijk.
  • Het gaat om de portieverpakking (2 x 150 ml) griesmeelpudding met rode bessensaus met 25 juli als uiterste houdbaarheidsdatum.

Woorden die eindigen op bessensaus

rodebessensaus

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).