De of het beroepspersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het beroepspersoneel

Betekenis de personen die betaalt worden om een bepaalde functie te vervullen

Zo gebruik je beroepspersoneel

Met lidwoordhet beroepspersoneel
Dit of dezedit beroepspersoneel
Dat of diedat beroepspersoneel
Ons of onzeons beroepspersoneel
Jouwjouw beroepspersoneel
Elk of elkeelk beroepspersoneel
Welk of welkewelk beroepspersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot beroepspersoneel, het grote beroepspersoneel

Voorbeeldzinnen met beroepspersoneel

  • Alleen in de veiligheidsregio's Haaglanden en Amsterdam-Amstelland is er meer beroepspersoneel dan er vrijwilligers zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).