De of het beroepsinbreker?

Het juiste lidwoord is:

de beroepsinbreker

  • Meervoud: de beroepsinbrekers
Betekenis (beroep) iemand die vaak op kundige wijze inbraken pleegt

Zo gebruik je beroepsinbreker

Met lidwoordde beroepsinbreker
Dit of dezedeze beroepsinbreker
Dat of diedie beroepsinbreker
Ons of onzeonze beroepsinbreker
Jouwjouw beroepsinbreker
Elk of elkeelke beroepsinbreker
Welk of welkewelke beroepsinbreker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beroepsinbreker, de grote beroepsinbreker
Meervoudde beroepsinbrekers, deze beroepsinbrekers

Voorbeeldzinnen met beroepsinbreker

  • Dat boek gaat over Octave 'Okkie' Durham, een Amsterdamse beroepsinbreker die in het verleden werk van Van Gogh heeft gestolen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).