De of het beroepsacteur?

Het juiste lidwoord is:

de beroepsacteur

  • Meervoud: de beroepsacteurs
Betekenis (toneel, beroep) iemand die voor zijn kostwinning toneelspeelt

Zo gebruik je beroepsacteur

Met lidwoordde beroepsacteur
Dit of dezedeze beroepsacteur
Dat of diedie beroepsacteur
Ons of onzeonze beroepsacteur
Jouwjouw beroepsacteur
Elk of elkeelke beroepsacteur
Welk of welkewelke beroepsacteur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beroepsacteur, de grote beroepsacteur
Meervoudde beroepsacteurs, deze beroepsacteurs

Voorbeeldzinnen met beroepsacteur

  • Sinds mijn twaalfde werk ik als beroepsacteur in het Verenigd Koninkrijk en door mijn Arabische afkomst ben ik in dit vak tegen een aantal behoorlijk akelige staaltjes van etnische profilering …
  • In het toneelstuk verbeelden 32 leerlingen van de JTSZH en de beroepsacteurs Nora Kretz en André Hoogendijk de Bijbel in een modern jasje.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).