De of het benijder?

Het juiste lidwoord is:

de benijder

  • Meervoud: de benijders
Betekenis iemand die jaloers is op een ander; iemand die afgunstig is

Zo gebruik je benijder

Met lidwoordde benijder
Dit of dezedeze benijder
Dat of diedie benijder
Ons of onzeonze benijder
Jouwjouw benijder
Elk of elkeelke benijder
Welk of welkewelke benijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote benijder, de grote benijder
Meervoudde benijders, deze benijders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).