De of het benedenbuurman?

Het juiste lidwoord is:

de benedenbuurman

  • Meervoud: de benedenbuurmannen / benedenbuurlui / benedenbuurlieden
Betekenis een man die in het huis onder de eigen woning woont

Zo gebruik je benedenbuurman

Met lidwoordde benedenbuurman
Dit of dezedeze benedenbuurman
Dat of diedie benedenbuurman
Ons of onzeonze benedenbuurman
Jouwjouw benedenbuurman
Elk of elkeelke benedenbuurman
Welk of welkewelke benedenbuurman?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote benedenbuurman, de grote benedenbuurman
Meervoudde benedenbuurmannen, deze benedenbuurmannen

Voorbeeldzinnen met benedenbuurman

  • Een klusjesman ontdekte bij de vernieuwing van het plafond van de benedenbuurman dat er een kluis zat.
  • "Mijn 35-jarige benedenbuurman is een oud-officier.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).