De of het benedenbewoner?

Het juiste lidwoord is:

de benedenbewoner

  • Meervoud: de benedenbewoners
Betekenis bewoner van een lager gelegen of van een benedenverdieping

Zo gebruik je benedenbewoner

Met lidwoordde benedenbewoner
Dit of dezedeze benedenbewoner
Dat of diedie benedenbewoner
Ons of onzeonze benedenbewoner
Jouwjouw benedenbewoner
Elk of elkeelke benedenbewoner
Welk of welkewelke benedenbewoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote benedenbewoner, de grote benedenbewoner
Meervoudde benedenbewoners, deze benedenbewoners

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).