De of het beklemdheid?

Het juiste lidwoord is:

de beklemdheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis de mate waarin men zich angstig of somber voelt

Zo gebruik je beklemdheid

Met lidwoordde beklemdheid
Dit of dezedeze beklemdheid
Dat of diedie beklemdheid
Ons of onzeonze beklemdheid
Jouwjouw beklemdheid
Elk of elkeelke beklemdheid
Welk of welkewelke beklemdheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beklemdheid, de grote beklemdheid

Voorbeeldzinnen met beklemdheid

  • Al zijn ergernis over het hemd, over zijn te laat komen, het praten met zijn vrienden en familieleden, hun ontstemdheid, zijn dwaze situatie …
  • Uit het onderzoek komt naar voren dat 20 procent van de maffialeden last heeft van gevoelens van beklemdheid en paniekaanvallen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).