De of het beken?

Het juiste lidwoord is:

de beken

Zo gebruik je beken

Met lidwoordde beken
Dit of dezedeze beken
Dat of diedie beken
Ons of onzeonze beken
Jouwjouw beken
Elk of elkeelke beken
Welk of welkewelke beken?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beken, de grote beken

Voorbeeldzinnen met beken

  • Beken!
  • Ik beken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).