De of het beekprik?

Het juiste lidwoord is:

de beekprik

  • Meervoud: de beekprikken
Betekenis (kaaklozen) zeldzaam visje dat inheems voorkomt in de Benelux, Lampetra planeri

Zo gebruik je beekprik

Met lidwoordde beekprik
Dit of dezedeze beekprik
Dat of diedie beekprik
Ons of onzeonze beekprik
Jouwjouw beekprik
Elk of elkeelke beekprik
Welk of welkewelke beekprik?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beekprik, de grote beekprik
Meervoudde beekprikken, deze beekprikken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).