De of het beekparelmossel?

Het juiste lidwoord is:

de beekparelmossel

  • Meervoud: de beekparelmossels
  • Verkleinwoord: het beekparelmosseltje
Uitzondering Woorden op -sel krijgen meestal het, maar beekparelmossel is een uitzondering. Bekijk de regel
Betekenis (tweekleppigen) Margaritifera margaritifera een in zoet water levend tweekleppig weekdier

Zo gebruik je beekparelmossel

Met lidwoordde beekparelmossel
Dit of dezedeze beekparelmossel
Dat of diedie beekparelmossel
Ons of onzeonze beekparelmossel
Jouwjouw beekparelmossel
Elk of elkeelke beekparelmossel
Welk of welkewelke beekparelmossel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beekparelmossel, de grote beekparelmossel
Meervoudde beekparelmossels, deze beekparelmossels

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).