De of het bediendevakbond?

Het juiste lidwoord is:

de bediendevakbond

  • Meervoud: de bediendevakbonden
  • Verkleinwoord: het bediendevakbondje
Betekenis (politiek) vakbond voor (huishoudelijke) bedienden; vakbond voor werknemers die geen arbeider zijn

Zo gebruik je bediendevakbond

Met lidwoordde bediendevakbond
Dit of dezedeze bediendevakbond
Dat of diedie bediendevakbond
Ons of onzeonze bediendevakbond
Jouwjouw bediendevakbond
Elk of elkeelke bediendevakbond
Welk of welkewelke bediendevakbond?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bediendevakbond, de grote bediendevakbond
Meervoudde bediendevakbonden, deze bediendevakbonden

Voorbeeldzinnen met bediendevakbond

  • De bediendevakbonden eisen dat Delhaize zijn plannen intrekt om al zijn eigen winkels te verzelfstandigen. Ze hebben het overleg verlaten. De spontane acties gaan ondertussen gewoon door.
  • Berichtgeving in onder meer Le Soir is aan Belga bevestigd door Didier Lebbe, permanent secretaris van christelijke bediendevakbond CNE.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).