De of het bedevaartganger?

Het juiste lidwoord is:

de bedevaartganger

  • Meervoud: de bedevaartgangers
Betekenis (religie) iemand die ter bedevaart gaat; iemand die om religieuze redenen een reis maakt naar een heilige plaats

Zo gebruik je bedevaartganger

Met lidwoordde bedevaartganger
Dit of dezedeze bedevaartganger
Dat of diedie bedevaartganger
Ons of onzeonze bedevaartganger
Jouwjouw bedevaartganger
Elk of elkeelke bedevaartganger
Welk of welkewelke bedevaartganger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bedevaartganger, de grote bedevaartganger
Meervoudde bedevaartgangers, deze bedevaartgangers

Voorbeeldzinnen met bedevaartganger

  • De eerste en grootste was een echte ridder, Siegfried von Eschl, veertig jaar oud, bedevaartganger naar Jeruzalem en Rome …
  • Hij vroeg zich af of kardinaal Wojtyla aanwezig geweest was bij een van de twee grote bijeenkomsten in Czestochowa die hij als bedevaartganger had bijgewoond, en hij dacht haast van wel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).