De of het bedeesdheid?

Het juiste lidwoord is:

de bedeesdheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen

Zo gebruik je bedeesdheid

Met lidwoordde bedeesdheid
Dit of dezedeze bedeesdheid
Dat of diedie bedeesdheid
Ons of onzeonze bedeesdheid
Jouwjouw bedeesdheid
Elk of elkeelke bedeesdheid
Welk of welkewelke bedeesdheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bedeesdheid, de grote bedeesdheid

Voorbeeldzinnen met bedeesdheid

  • Die bedeesdheid is vooral veelzeggend over de relatie tussen haven en stad.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).