De of het bedaren?

Het juiste lidwoord is:

het bedaren

Betekenis rust, kalmte

Zo gebruik je bedaren

Met lidwoordhet bedaren
Dit of dezedit bedaren
Dat of diedat bedaren
Ons of onzeons bedaren
Jouwjouw bedaren
Elk of elkeelk bedaren
Welk of welkewelk bedaren?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bedaren, het grote bedaren

Voorbeeldzinnen met bedaren

  • Met zijn vaderlijk gezag wist hij de jongens tot bedaren te brengen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).